Leren en opleiden

De bekwaamheid om collectief leren te ontwikkelen is een belangrijke waarde voor een organisatie om te overleven in een kenniseconomie.

Individueel actief bezig zijn met leren is het startpunt voor alle vormen van leren. Leren kan doelgericht voor een diploma of ter verbetering van vaardigheden in het beroep, maar ook onderzoekend hetgeen kan leiden tot nieuwe kennis ontwikkeling. 

Soms is het de invloed van nieuwe technologie of toepassingen daarvan die dwingt tot ontwikkelen. Het kan ook zijn dat (arbeids)markt en concurrentiekrachten het noodzakelijk maken de eigen kennis te verrijken. Kennisproductiviteit staat of valt met de wil en de mogelijkheidheid om nieuwe kennis toe te voegen. Daarmee neemt het leren, en soms dus opleiden, een belangrijke plaats in in onze maatschappij. 


Figuur 1 Foto: Laboratorium met wetenschappelijke instrumenten. Op sommige instrumenten zijn paginanummers weergegeven. Rechts een hond met zichtbaar gemaakte longen op sterk water. Daaronder de tekst: Intus quae foris vides, het innerlijk waarin je het uiterlijk ziet. Vooraan twee slakken. Vervaardiger: G. Wingendorp (vermeld op object). Uitgever: Coenraad Wishoff (vermeld op object). Plaats vervaardiging: Leiden. Datering 1738, Bron: Rijksmuseum.





Meten van Kennisproductiviteit


Een onderzoeksinstrument ter beoordeling van praktijkleren














Inhoudsopgave


1 Samenvatting. 3

1.1 Probleem van de huidige methode. 3

1.2 Literatuurvoorstudie. 3

1.3 Aanvulling vanuit de literatuur. 3

1.4 Kennisproductiviteitstaxonomie. 4

2 De kennisproductiviteit meetmethode. 6

2.1 Ontwerpregels. 6

2.2 Beschrijving van de interventie. 7

2.3 Onderzoeksgroep. 7

2.4 KPM als beoordelingsinstrument. 8

3 Check op het KPM ontwerp. 9

4 Bijlagen. 10

5 Bronnen. 10

6 Referenties. 10





1 Samenvatting

Centrale thema is het meten en beoordelen van prestaties en voortgang in de beroepspraktijkvorming bij MBO studenten die een BBL opleiding detailhandel niveau 4 volgen.

Het is belangrijk te weten wat de prestaties zijn van een student in de praktijk. In de eerste plaats voor de student zelf, want na een (studie)inspanning zou een beloning moeten volgen (een goed resultaat in het werk) om de motivatie op peil te houden. Tevens is een tussentijds meetmoment voor de student als leermoment handig voor het bijsturen van het leer- werkproces. Daarnaast is het voor de student en de docent van groot belang om de studieactiviteit in kwaliteit en/of kwantiteit bij te kunnen sturen naar aanleiding van een tussentijdse meting. Tenslotte is het voor docenten, praktijkopleiders en teamanagers van belang te weten hoe effectief het onderwijsprogramma is.


1.1 Probleem van de huidige methode

De manco’s van de huidige meet- en beoordelingssystematiek voor het werkveld. Er is de lange lijst met standaard prestatie-indicatoren. Dit is een opsomming van criteria waarin de praktijkopleider de eigen prestatie-indicatoren niet altijd herkent. Ook houdt de huidige methode geen rekening met specifieke context waardoor prestatie-indicatoren verkeerd worden geïnterpreteerd. Tenslotte geeft de uitkomst van de huidige meting een cijfermatig oordeel waarbij volgens docenten nogal eens een vertekend beeld ontstaat in vergelijking met prestaties van collega studenten. Deze meetmethode is dus een instrument waarbij de tevredenheid bij stakeholders een wisselend beeld geeft.


1.2 Literatuurvoorstudie

Vanuit de literatuurstudie als beschreven in paper 1 kwamen volgende aandachtspunten naar voren die relevant genoeg lijken om mee te nemen in experiment:

1 Kijk op leren én werken om een compleet beeld te krijgen van de prestaties van studenten. Dit in tegenstelling tot alleen kijken naar het werk om de prestaties te beoordelen. (werkplekleren)

2 Neem bedrijfsspecifieke leerdoelstellingen op in het opleidingscurriculum om het gat tussen theorie en praktijk te overbruggen en de relevantie van de leerdoelen zo groot mogelijk te maken. (corporate curriculum)

3 Heb aandacht voor hoe het geleerde wordt toegepast in de praktijk om zo te zien of de juiste kennis wordt aangeleerd of dat de juiste vaardigheden aansluiten bij de aangeboden kennis. (transfer)

4 Maak een werkplekanalyse om zo de resultaatgerichtheid van het opleiden en leren in kaart te brengen. (evaluatie)

5 Het beschouwen van de opleiding in combinatie met het normeren van gewenste resultaten zal een handvat kunnen zijn om een directe relatie te leggen tussen een voortgangsmeting en de opleiding. (taxonomie)


1.3 Aanvulling vanuit de literatuur

Aanvullend literatuuronderzoek is nodig geweest om de volgende vraag te kunnen beantwoorden: hoe is er een koppeling te maken tussen individuele competenties en het leren op de werkplek met kennisproductiviteit als perspectief? Een tweetal handvatten zijn gevonden die kunnen dienen als belangrijke hulpmiddelen om deze vraag te beantwoorden. Ten eerste is er de beschrijving van de vijf ontwikkelfasen (Dreyfus & Dreyfus, 2005) van een professional.


Figuur 2 De vijf ontwikkelfasen van een professional


Ten tweede is er de samenhanghang tussen beroepstaken en competenties zoals beschreven door Ten Cate (2014). Deze handvatten vormen in het perspectief van kennisproductiviteit de volgende uitgangspunten. Ten eerste een kennisproductiviteitsindeling in vijf stappen geeft een herkenbare beschrijving van de groei als professional. En ten tweede, de beroepstaken kunnen gekoppeld worden aan competenties naar analogie van het schema (Ten Cate, 2014) waarmee Entrusted Professional Activities (EPA’s) aan competenties worden verbonden.


1.4 Kennisproductiviteitstaxonomie

De vraag is of het lukt om deze stapsgewijze perspectieven op leren te combineren met kerncompetenties. Met de verwijzing naar het boek “het corporate curriculum” schrijft Kessels (1996) “De ontwikkeling van kerncompetenties is daarbij de cruciale opgave. Hiertoe zal een onderneming kennis moeten verwerven, creëren, verspreiden en toepassen ... “. Om de combinatie van perspectieven op leren en kerncompetenties te maken is het nodig om over te gaan tot een indeling. Een indeling, of taxonomie, gebaseerd op de leerperspectieven en het ontwikkelen van kerncompetenties in het paradigma van kennisproductiviteit is in dit onderzoeksinstrument als volgt door mij ingericht:


Kennisproductiviteit Leren perspectief Praktijk

1 Vermoeden behaviouristisch leren standaard verwerking

2 Verwerven cognitief leren informatieverwerking

3 Creëren constructivistisch leren betekenisgeving

4 Verrijken organisatieleren toevoegen en innoveren

5 Transfereren expansief leren synchroniseren met context


Bovenstaande vijf kennisproductiviteitsniveaus geven aan welke weg een beroepsbeoefenaar aflegt bij het ontwikkelen van kennis en vaardigheden ten behoeve van het uitvoeren van een beroepstaak. De kennisproductiviteit taxonomie is een handvat waardoor inzicht verkregen wordt in de, mate van, interactie met de context van een professional bij het uitvoeren van een beroepstaak.


Belangrijke nuancering ten aanzien van de hiërarchische indeling van de leerperspectieven. Het is zeer zeker niet de gedachte of bedoeling te suggereren dat de leerperspectieven hiërarchisch te ordenen zijn. Ook is niet de bedoeling te suggereren dat er op kennisproductiviteitsniveau 3 of 4 geen behaviouristisch leren meer kan optreden. De leerperspectieven sluiten elkaar niet uit op de verschillende kennisproductiviteitsniveaus. Wat wel de bedoeling is, is de begrippen kennis, leren en output te combineren in een kennisproductiviteit beschrijving. Deze zienswijze is slechts een model, een handvat, om te kunnen meten en schalen hoe het staat met het verwerven van kennis en vaardigheden. Deze verbinding tussen het kennisproductiviteitsniveau en een leerperspectief is dus slechts voor de ordening van onze gedachten en niet als vaststaand feit.















Figuur 3 kennisproductiviteit taxonomie







Met het aanvaarden van voorgaande redeneringen is de conclusie dat we kunnen spreken van een kennisproductiviteitstaxonomie. De schematische weergave ziet er dan uit als in figuur 3. In bijlage 5 staat de samenhang met de leerperspectieven weergegeven in een powerpoint.









2 De kennisproductiviteit meetmethode


Uitgangspunt voor het ontwerp van het nieuwe instrument is de veronderstelling: Als ik het meten van studentprestaties

- baseer op kennisproductiviteit en

- uitdruk in termen van feedback en feedforward,

dan verwacht ik dat

- de student in staat zal zijn de eigen leervraag te articuleren.


Belangrijke effecten die hierbij te verwachten zijn:

1 De uitkomst geeft een valide waardering voor de student in vergelijking met anderen/voorgangers.

2 De uitkomst geeft aanleiding tot een concrete dialoog over het werk en de prestaties in het werk.

3 Gebruik van het instrument synchroniseert de belangen van de student, de praktijkopleider en de docent.


Interventie


Mechanisme

Opbrengst

Inzet van een nieuw formatief meetinstrument in de BPV




1

Gebruik van kennisproductiviteit taxonomie

Student en POL hebben eenduidig inzicht in studievorderingen en de volgende stap in het leerproces

(feedback = wat is gedaan / geleerd)

2

Instrument beschrijft naast competenties ook context en performance criteria


Interpretatie van meetresultaten is herleidbaar naar prestaties in het werk.

(feed-forward = duiding van wat nog geleerd moet worden)

3

Gebruik van herkenbare terminologie en werkprocessen

Gebruikers passen het meetinstrument consequent toe

(= is het meetinstrument betrouwbaar)

4

Een leerdoel is de output in het werk en wordt meegenomen in de beoordeling


Mogelijke tegengestelde belangen worden door het combineren van resultaten een gezamenlijk belang

(= is het meetinstrument valide)

Leidt tot articulatie van de leervraag (=effect van de interventie= Outcome)


Tabel 1 Redeneerketens


2.1 Ontwerpregels

Vanuit de literatuur en het empirisch vooronderzoek zijn volgende ontwerpregels geformuleerd

1. Maak gebruik van beroepsactiviteiten

2. Laat leren en ontwikkelen samengaan met meten en beoordelen.

3. Combineer de beroepsactiviteit met performance criteria

4. Neem in het ontwerp kennisproductiviteit als perspectief

5. Meet en beoordeel op basis van context en kwaliteitseisen van de werkplek

6. Bied een oplossing voor mogelijk meervoudige interpretatie, jargon in theorie en praktijk moet hetzelfde zijn.

7. Combineer leerdoel en werkplekoutput waardoor leren en werken een eenduidig doel wordt.

2.2 Beschrijving van de interventie

Uitgangspunt voor een kennisproductiviteitsmeting, of KPM, is dat deze kan worden uitgevoerd bij iedere beroepsbeoefenaar. In dit onderzoek kijken we specifiek naar beginnend beroepsbeoefenaren die een MBO BBL opleiding volgen. Het meetinstrument behorende bij dit onderzoek naar kennisproductiviteit kent een drietal elementen:


  1. De leer-werkopdracht
  2. Het KPM beoordelingsformulier
  3. Een CGI leidraad (optioneel)


De leer- werkopdracht komt voort uit de nieuwe aanpak van opleiden op de werkplek. Hierin staan de competentie elementen beschreven tezamen met de input en output criteria van de beroepstaak – zie bijlage 1 voor een voorbeeld.

Het KPM beoordelingsformulier is gebaseerd op de kennisproductiviteitstaxonomie, deze kent een indeling naar vijf niveaus. De vijf niveaus hebben per competentie aspect een rubric beschrijving waarmee een indeling mogelijk is, zie voor een voorbeeld bijlage 2.

De CGI leidraad is een hulpmiddel die het mogelijk maakt dat een student kan toelichten op welke manier de output van de beroepstaak is gerealiseerd, dit geeft de praktijkopleider de mogelijkheid om inzicht te krijgen in de mate van interactie met de context. (zie bijlage 4)


Het construct van de interventie is de volgende:



Figuur 4 KPM interventie


2.3 Onderzoeksgroep

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in de detailhandel branche bij studenten die een niveau 4 specialisten opleiding volgen. Bijzonder aan deze groep is dat het studenten zijn van een bedrijfsgroep, dit betekent dat ze allen dezelfde werkgever hebben. In het cohort (2016-2017) is van toepassing dat deze studenten een keuzedeel volgen. In samenspraak met de opdrachtgever is dat het keuzedeel ondernemend gedrag geworden waarbij er een specifieke bedrijfsopdracht als onderdeel van het curriculum is opgenomen in het keuzedeel. De generieke thema is financieel inzicht, de specifieke opdracht is het maken van een omzetprognose en een personeelsplanning. Deze bedrijfsopdracht wordt door de vakdocent in kwestie beschreven en de noodzakelijke theorie wordt er bij gezocht.


Noot: Het onderzoek richt zich op de keuzedeel opdracht van Schuurman, in bijlage 1 is de opdracht te vinden

2.4 KPM als beoordelingsinstrument

De kennisproductiviteitsmeting (KPM) start dus met het uitreiken van de relevante beroepstaak of de leer- werkopdracht (bijlage 1). Tezamen met de contextvariabelen zorgen deze leer- werkopdracht voor de afbakening van het opleiden en daardoor dus ook voor het onderzoek. Bij de leer- werkopdracht horen output normen en kwaliteitseisen, deze zijn vastgesteld tezamen met de opdrachtgever en staan verwoord in de leer- werkopdracht (zie bijlage 1). Daarnaast moet de vereiste kennis voor het kunnen uitvoeren van de taak worden vastgelegd, dit wordt gedaan door een vakinhoudelijke docent. Hiermee is de eerste stap gezet voor het opzetten en uitvoeren van een KPM.


Stap twee is het lesgeven. In de les worden de gereedschappen, modellen, theorieën bij de studenten geïntroduceerd. In dit onderzoeksgeval worden enkele lesdagen besteed aan het keuzedeel ondernemend gedrag. De studenten krijgen de opdracht om de Joint Business Rapportages (voor een voorbeeld zie bijlage 3) van het eigen filiaal geheel na te rekenen. Met de gegevens van de rapportage moeten de studenten vervolgens grafieken maken om omzet verloop in de tijd visueel te maken. Hierna worden klassikaal methoden behandeld om gegevens te analyseren, te schatten en te interpreteren. Gewapend met die kennis is de eindopdracht om de omzetprognose en de afgeleide personeelsplanning te maken voor het winterseizoen 2017-2018. Het huiswerk hierbij is dat de laatste stap , het rapporteren van de uitgewerkte plannen, in het examenportfolio moet worden opgenomen.


Stap drie is het zelfstandig uitvoeren of uitwerken van de leer- werkopdracht. In de les worden er deeloefeningen gedaan en worden de studenten bekend gemaakt met feitenkennis en rekenkundige principes. Naar aanleiding van het geleerde is het de bedoeling dat de studenten nu zelfstandig, naar eigen inzicht de opdracht uitvoeren met collega’s hierin de eigen filialen onderling gaan vergelijken en dat er (optioneel) overleg wordt gevoerd met de HR manager en de financieel planner van het hoofdkantoor.


Stap vier is de beoordeling van het beroepsproduct, in dit geval een omzetprognose voor het winterseizoen 2017 en de personeelsplanning voor 2017 van het eigen filiaal. De beoordeling kan worden gedaan door de praktijkopleider, de opdrachtgever van de beroepstaak en/of de vakinhoudelijk docent. De vorm kan verschillend zijn. Het is mogelijk om alleen het beroepsproduct te beoordelen (bijvoorbeeld een portfolio). Ook is het mogelijk om tezamen met de student in een CGI[1] te houden. Voordeel van een CGI in dit onderzoeksgeval is dat de studenten toelichtingen kunnen geven op het proces welke is doorlopen en waarom, welke keuzes zijn gemaakt. In dit geval is met de opdrachtgever besloten om niet alleen het beroepsproduct te beoordelen maar ook het proces en daarom is dus afgesproken om met iedere student een CGI te houden. Voor het onderzoeksgeval is de CGI leidraad bijgesloten in bijlage 4.


Stap vijf is het formuleren van feedback voor de studenten. Omdat gekozen is voor een aanvullend CGI is het vanzelfsprekend dat een feedbackgesprek direct volgt op het CGI. Door het beroepsproduct te vergelijken met de oorspronkelijke leer- werkopdracht is het mogelijk discrepanties snel in beeld te krijgen. Te zien is welke kennis wel, en welke kennis niet is gebruikt. Tijdens het CGI kan een student dan toelichten waarom er wel of niet gebruik is gemaakt van een aangereikt handvat. Doel van deze stap is om de student mee te geven welke stappen de student nog kan nemen om deze beroepstaak in de toekomst beter uit te voeren.



3 Check op het KPM ontwerp

Nu de kennisproductiviteitsmeting is ontworpen is het noodzaak om kort een controle uit te voeren op de oorspronkelijke ontwerpregels van dit instrument. Eerder zijn de ontwerpregels gedefinieerd als volgt:


1. Maak gebruik van beroepsactiviteiten

2. Laat leren en ontwikkelen samengaan met meten en beoordelen.

3. Combineer de beroepsactiviteit met performance criteria

4. Neem in het ontwerp kennisproductiviteit als perspectief

5. Meet en beoordeel op basis van context en kwaliteitseisen van de werkplek

6. Bied een oplossing voor mogelijk meervoudige interpretatie, jargon in theorie en praktijk moet hetzelfde zijn.

7. Combineer leerdoel en werkplekoutput waardoor leren en werken een eenduidig doel wordt.


Ad 1. De beroepsactiviteit is gewaarborgd in dit onderzoek door de leer- werkopdracht te formuleren tezamen met de opdrachtgever. Deze leerwerkopdracht is een belangrijke deeltaak van managers en assistent managers in de filialen.

Ad 2. Doordat in het keuzedeel er een beperkte doorlooptijd is, is er een natuurlijke combinatie van leren en ontwikkelen tijdens de les, het uitvoeren van de beroepstaak en het meten en beoordelen van het beroepsproduct.

Ad 3. Doordat de performance van de student gericht is op het eigen filiaal en er in de eigen context gewerkt en geleerd moet worden is er sprake van beroepsactiviteit en performance criteria. Deze combinatie zien we ook terug in de leer- werkopdracht die is samengesteld met de opdrachtgever.

Ad 4. In het paradigma van kennisproductiviteit is een kennisproductiviteitstaxonomie ontwikkeld.

Ad 5. In het KPM instrument zijn de context en kwaliteitseisen van de output meegenomen.

Ad 6. Het jargon gebruikt in de leer- werkopdracht is jargon van de opdrachtgever, deze nomenclatuur is overgenomen in de lessen en is onderdeel van het meten en beoordelen.

Ad 7. Het leerdoel valt samen met de beroepstaak.


Voor het uitgewerkte model geldt dat alle ontwerpregels zijn gerespecteerd waarmee het ontwerp van de kennisproductiviteitmeetmethode aan de vooronderzoekeisen voldoet.





4 Bijlagen


Bijlage 1 Leer werkopdracht Schuurman schoenen

Bijlage 2 Kennisproductiviteit beoordelingsformulier met rubrics

Bijlage 3 JBR, Joint Business Rapportage

Bijlage 4 CGI leidraad Schuurman

Bijlage 5 Kennisproductiviteitstaxonomie en leerperspectieven (ppt)



5 Bronnen


Figuur 1 Foto: Laboratorium met wetenschappelijke instrumenten. 1

http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.196709

Figuur 2 DE VIJF ONTWIKKELFASEN VAN een PROFESSIONAL. 4

http://animationresources.org/dreyfus-model/

Figuur 3 kennisproductiviteit taxonomie. 5

http://andreswart.com/downloads/kp-taxonomie-ppt

Figuur 4 KPM interventie. 7




6 Referenties


Dreyfus, H. L., & Dreyfus, S. E. (2005). Peripheral vision expertise in real world contexts. Organization Studies, 26(5), 779-792.


Kessels, J. W. M. (1996). Het corporate curriculum Rijks Universiteit Leiden, Leiden.


Lakerveld, J. v. (2005). Het corporate curriculum. Onderzoek Naar De Werk-Leeromstandigheden in Instellingen Voor Zorg En Welzijn. Academisch Proefschrift, Enschede: Universiteit Twente.


Ten Cate, O. (2014). AM last page: What entrustable professional activities add to a competency-

based curriculum. Academic Medicine : Journal of the Association of American Medical Colleges, 89(4), 691. doi:10.1097/ACM.0000000000000161 [doi]



[1] CGI criterium gericht interview



This is the main content area

Cras justo odio, dapibus ac facilisis in, egestas eget quam. Fusce dapibus, tellus ac cursus commodo, tortor mauris condimentum nibh, ut fermentum massa justo sit amet risus.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque at odio lobortis, ultricies ipsum sed, laoreet erat. Vivamus sagittis justo eget pulvinar tristique. Cras consectetur a neque eu facilisis. Suspendisse mattis ornare porta. Etiam eget imperdiet metus. Donec auctor elit vel tristique ultricies. Mauris sed iaculis quam, eu tristique nulla.

Nulla vestibulum orci venenatis, porttitor purus at, consequat metus. Curabitur ipsum purus, venenatis a imperdiet eu, elementum id nisi. Sed aliquam, magna a dictum accumsan, neque libero blandit nunc, eu vestibulum ipsum lorem eget felis. Cras sagittis et lacus at convallis. Etiam congue accumsan posuere.


Cras justo odio, dapibus ac facilisis in, egestas eget quam. Fusce dapibus, tellus ac cursus commodo, tortor mauris condimentum nibh, ut fermentum massa justo sit amet risus.

Leren en opleiden

De bekwaamheid om collectief leren te ontwikkelen is een belangrijke waarde voor een organisatie om te overleven in een kenniseconomie.

Individueel actief bezig zijn met leren is het startpunt voor alle vormen van leren. Leren kan doelgericht voor een diploma of ter verbetering van vaardigheden in het beroep, maar ook onderzoekend hetgeen kan leiden tot nieuwe kennis ontwikkeling. 

Soms is het de invloed van nieuwe technologie of toepassingen daarvan die dwingt tot ontwikkelen. Het kan ook zijn dat (arbeids)markt en concurrentiekrachten het noodzakelijk maken de eigen kennis te verrijken. Kennisproductiviteit staat of valt met de wil en de mogelijkheidheid om nieuwe kennis toe te voegen. Daarmee neemt het leren, en soms dus opleiden, een belangrijke plaats in in onze maatschappij.